Mailformulier   Sitemap  

Menu

In Hoc Signo Vinces!

Home > Eerste christenen > De vervolgingen

De vervolgingen

Wat zal ons scheiden van de liefde van Christus? Tegenspoed, ellende of vervolging, honger of armoede, gevaar of het zwaard? (Brief aan de Romeinen 8, 35)

Detail van Jean Leon Gerome, The Christian Martyr's Last Prayer (1886), Walters Art Gallery, Baltimore (USA)

Vele christenen hebben vervolgingen door niet-christenen ondergaan in de geschiedenis van het Christendom. Vervolging kan bestaan uit arrestatie zonder borgsom, gevangenneming, geseling, marteling of terechtstelling. Ook kunnen bezittingen in beslag genomen worden of vernietigd, of kan er aangezet worden tot haat jegens de christenen.

De christenen weten dat Jezus al had aangekondigd dat dit de weg zou worden van die Hem volgen: “Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen.” (Mt 16, 24) en “De leerling staat niet boven zijn meester” (Mt 10, 24).

De Joodse vervolgingen

Het Nieuwe Testament verhaalt hoe de eerste christenen (te beginnen met Jezus zelf) te lijden hadden onder de vervolgingen door de joodse leiders van dat moment. Petrus en Johannes werden in de gevangenis geworpen door de joodse leiders, inclusief de hogepriester Ananias, die hen later echter weer bevrijdde (Hnd 4, 1-21). Ook bericht het Nieuwe Testament van de steniging van de eerste martelaar de heilige Stefanus door leden van het Sanhedrin. Op zijn terechtstelling volgde een grote vervolging.

De meest waarschijnlijke reden voor de vervolging is dat de joodse christenen de ophanden zijnde komst van de koning der Joden verkondigden en de vestiging van zijn Rijk. In de oren van de Romeinen klonk dat als oproerige taal. De Romeinen hadden de Joden een beperkt zelfbestuur gegeven; hun voornaamste verplichtingen bestonden uit het innen van belastingen voor Rome en de orde handhaven. Zodoende moesten de joodse leiders elke zweem naar oproer onderdrukken. Regelmatig werden joodse leiders naar Rome gestuurd om daar geoordeeld te worden, wanneer zij rebelse opstand niet onderdrukten.

De Romeinse vervolgingen

Tijdens de uitbreiding van het Christendom leed de Kerk onder talloze vernederingen door het Romeinse Keizerrijk, vanaf het jaar 64 onder Nero tot de tijd van Constantijn aan het begin van de vierde eeuw, voornamelijk onder de keizers Nero, Domitianus, Trajanus, Marcus Aurelius, Septimius Severus, Maximinus Tracius, Decius, Valerianus, Aurelianus en Diocletianus.

De romeinse vervolgingen bestonden uit een reeks maatregelen die er op gericht waren de uitbreiding van het Christendom te beperken of het Christendom geheel uit te roeien binnen het Keizerrijk. Deze vervolgingen brachten talloze christenen -de martelaren- tot de dood door de belijdenis van hun geloof. (vgl. Gran Enciclopedia Rialp, Persecuciones Romanas (Romeinse vervolgingen).

Chronologie

 
top
Laatste update: