Mailformulier   Sitemap  

Menu

In Hoc Signo Vinces!

Home > Eerste christenen > De vervolgingen > De vervolgingen van de vierde eeuw

De vervolgingen van de vierde eeuw

4.1. Vervolging onder Galerius in naam van Diocletianus

Munt met portret van keizer Diocletianus

De eerste twintig jaren van het bewind onder Diocletianus genoten de christenen rust. Daar komt een einde aan in het jaar 303, dan komt er een grote vervolging van de christenen; het zal de laatste zijn. «Het is het werk van Galerius, de 'caesar' van Diocletianus - schrijft Ruggiero. Met hem komt er in 303 een einde aan de voorzichtige politiek van Diocletianus die zich had onthouden van onverzettelijkheid en onverdraagzaamheid, hoewel hij tradionalistische opvattingen koesterde». Vier opeenvolgende edicten werden de christenen opgelegd van februari 303 tot februari 304: de kerken werden vernietigd, de goederen verbeurd verklaard, de heilige boeken opgeëist, en de marteldood werd opgelegd aan wie niet aan de keizer zou offeren.

Het is moeilijk om de motieven te achterhalen waarom Diocletianus deze nieuwe politiek goedkeurde. Het ligt voor de hand dat hij bloot stond aan druk vanuit fanatieke heidense facties die achter Galerius stonden. In een situatie van "algemene angst" (om het voetspoor van Dodds te volgen) kon in de ogen van Galerius en zijn aanhangers slechts een terugkeer naar het oude geloof van Rome het volk bemoedigen en overhalen zo veel offers tegemoet te zien. 

Men moest terugkeren naar de vetera instituta, dat wil zeggen de oude wetten en de traditionele Romeinse discipline. De vervolging was het hevigst in het Oosten, in het bijzonder in Syrië, Egypte en Asia Minor. Diocletianus trad terug in 305. Hij werd opgevolgd door de Augustus Galerius, en de Caesar Maximinus Daia die nog fanatieker was dan de eerstgenoemde.

Pas in 311, zes dagen voor zijn sterven aan een kankergezwel in de keel, liet Galerius een decreet uitgaan om de vervolging te stoppen. Dit decreet heeft een historische betekenis, omdat het de definitieve vrijheid markeert voor de christenen. Met dit decreet betreurt Galerius de hardnekkigheid en de dwaasheid van de christenen die in zulke grote getale weigerden terug te keren naar het  geloof van het oude Rome. Hij verklaarde dat de christenen vervolgen ondertussen nutteloos was. Tenslotte spoorde hij de christenen aan te bidden tot hun God voor de gezondheid van hun keizer. 

Ruggiero schrijft over dit decreet: "De christenen waren een zeer bijzondere vijand geworden. Meer dan twee eeuwen lang, had Rome getracht ze te assimileren in het eigen maatschappelijke weefsel... Fysiek binnen de civitas Romana, maar in vele aspecten Fremdkörper", bepaalden ze ten slotte "een radicale omwenteling van de civitas zelf in een christelijke vorm."

 

 

Chronologie

 
top
Laatste update: