Mailformulier   Sitemap  

Menu

In Hoc Signo Vinces!

Home > Eerste christenen > Origenes van Alexandrië

Origenes van Alexandrië

Leven
Origenes van Alexandrië (ca. 184-ca. 254) is voor ons van belang als kerkelijk schrijver en kerkhistoricus. Hij verzamelt namelijk het erfgoed van Clemens van Alexandrië en brengt het tot een systematisch geheel. Eusebius van Caesarea wijdt maar liefst het gehele zesde hoofdstuk van zijn Historia Ecclesiastica aan hem. Steidle noemt hem de Augustinus van het Oosten, om zo zijn belang voor het christelijk leven te duiden.[1] Hij was een echte leermeester en zo herdachten hem zijn leerlingen: niet alleen als een briljant theoloog, maar ook als een voorbeeldig getuige van de leer die hij doorgaf. “Hij leerde”, schrijft Eusebius, “dat het gedrag nauwkeurig moet beantwoorden aan het woord en het was vooral hierdoor dat hij met de hulp van Gods genade er velen toe heeft gebracht hem na te volgen.”[2]

Origenes is van Griekse afkomst, geboren in de stad Alexandrië. Zijn bijnaam is Adamantius, man van staal, om zijn heldere redeneren. Zijn vader is Leonidas, die zelf de bodem legt voor de toekomstige bloei van zijn zoon door hem te onderrichten in de Schrift. Leonidas sterft als martelaar in het jaar 202 tijdens de vervolging onder Septimius Severus (193-211), Origenes’ leermeester Clemens verlaat de stad. Nog geen twintig jaar oud, moedigt Origenes zijn vader aan ferm te blijven met de marteldood voor ogen en ook hijzelf verlangde ernaar op deze wijze te getuigen, ware het niet dat zijn moeder het hem belette.

Rond 203 droeg bisschop Demetrius hem het onderwijs aan de catechumen op aan de school van Alexandrië.[3] Daarmee raakte hij vermaard. Origenes volgde zelf onderricht bij de neo-platoon Ammonius Saccas. In 212 bezocht hij Rome, en na terugkomst nam hij Heracles als helper in het onderricht, waarbij Heracles de beginnelingen onder zijn hoede nam. Vervolgens bezocht hij ook Griekenland en Palestina. Hij werd daar priester gewijd, zonder Demetrius daarin te kennen. Bij terugkomst liet Demetrius hem in een lokaal concilie het ambt en de stad uit zetten.

Origenes ging daarna in 232 opnieuw naar Caesarea in Palestina, alwaar hij een school stichtte. Een van zijn leerlingen daar was Gregorius van Pontus, de taumaturgus ofwel wonderdoener. Omstreeks 244 reisde hij naar Arabië om een dwalende bisschop terug te brengen tot het orthodoxe geloof in de Drie-eenheid. Omstreeks 254 bezweek Origines aan de folteringen ondergaan tijdens de vervolging onder keizer Decius (249-251).

Werken
De literaire productie van de Alexandrijn is enorm geweest. In Brief 33 somt de heilige Hiëronymus de titels op van 320 boeken en 310 preken van Origenes. Het merendeel van dit werk is verloren gegaan, tengevolge van polemiek en een postume veroordeling in 553. Toch blijft Origenes de productiefste schrijver van de eerste drie christelijke eeuwen. Zijn veelomvattende interessegebied strekt zich uit van de exegese tot het dogma, de filosofie, de apologetica, de ascese en de mystiek. Zijn belangrijkste werken zijn De principiis/περι αρχων, als eerste systematische theologische traktaat; Contra Celsum, een apologetisch werk; De oratione en de Exhortatio ad martyrium; en talrijke commentaren en homilieën over de Bijbelse boeken.

Leer
Zoals paus Benedictus XVI zei, bracht Origenes een omwenteling teweeg in het christelijke denken met een theologie die zich fundamenteel op de Schrift baseert. Origenes onderscheidt drie leesfasen, die niet sequentieel hoeven te zijn maar elkaar overlappen. De eerste, de tekst zelf. Daarvoor is een betrouwbare en nauwkeurige uitgave nodig, en Origines vervaardigt daarvoor een soort synopsis van het Oude Testament, de Hexapla/εξαπλα βιβλια, zesvoudige Bijbel.

Dan de systematische lezing, die hij heeft vastgelegd in zijn Commentaren. Vers voor vers worden leer en betekenis van de woorden geanalyseerd. En vervolgens de verkondiging en uitleg ervan, die is vastgelegd in zijn Preken. Ook in zijn Preken neemt hij elke gelegenheid te baat om te herinneren aan de verschillende dimensies van de zin of betekenis van de Heilige Schrift, die helpen bij en de uitdrukking zijn van een weg van groei in het geloof: er is de “letterlijke” zin (of lichamelijke), maar die verbergt diepten die niet op het eerste moment al te voorschijn komen; de tweede dimensie is de “morele” zin (of de psychische): wat moeten wij doen wanneer wij het woord beleven; en ten slotte is er de “geestelijke” (of mystieke) zin, dat wil zeggen de eenheid van de Schrift die in heel haar ontwikkeling van Christus die spreekt. Een samenvatting van deze benadering vinden we in de negende Homilie over Numeri, waar Origenes de Schrift vergelijkt met noten: «Zo is de leer van de Wet en van de Profeten in de school van Christus»; «bitter is de letter die als het schors is; vervolgens kom je door de schil dat is de morele leer; en op de derde plaats vind je de betekenis van de mysteries waarmee de zielen van de heiligen zich voeden in het huidige en toekomstige leven» (Hom. Num. 9,7).

De centraliteit van de Schrift
Voor de Schrift koesterde Origenes een groot ontzag. Het is dan ook echt originestisch te noemen om de theologie op deze diepe wijze te funderen op de Schrift door niet aan het oppervlak te blijven, maar er zo diep mogelijk in door te dringen.

Het gebed
Zijn De oratione is geen academisch werk, Origenes wil er met praktische suggesties aanzetten te groeien in de liefde tot God in gebed. In de origenistische logica heet het dan dat begrip voor de Schrift niet alleen studie vereist, maar omgang met Christus en gebed. In een commentaar op de toespraak van Jezus wanneer «in de synagoge alle ogen op Hem gericht waren» (Lc 4, 16-30), zegt Origenes: «Ook vandaag, in deze vergadering, kunnen uw ogen zich richten op de Messias. Als ge de diepste blik van uw hart richt op de beschouwing van der Waarheids Wijsheid en de enige Zoon van God, dan zullen uw ogen God zien. Gelukkig de vergadering waarvan de Schrift zegt dat aller ogen op Hem gericht waren! Hoezeer zou ik willen dat deze vergadering zulk een getuigenis zou geven, dat de ogen van allen, van niet gedoopten en van gelovigen, van vrouwen, mannen en kinderen -niet met de ogen van het lichaam, maar die van de ziel- Jezus zouden zien! (Hom. Luc. 32, 6).

Algemeen priesterschap en christelijke volmaaktheid
In de negende homilie op Leviticus, zegt Origenes over de vereisten van oudtestamentische priesterschap: «als iemand op willekeurig moment de tempel betreedt, zonder de nodige voorbereiding, zonder te zijn gekleed in de hogepriesterlijke ornamenten, zonder de voorgeschreven offers te hebben gebracht en God niet aangenaam te zijn, zal hij sterven... Dat gaat ons aan. Het schrijft ons voor dat we moeten leren het altaar van God te naderen. Of weet je soms niet dat jou zoals aan de hele Kerk van God het priesterschap is toevertrouwd? Luister hoe Petrus zich tot de gelovigen richt: een uitverkoren volk, een koninklijke priesterschap, een heilige natie, een volk dat God zich heeft verworven. Jij bezit daarom het priesterschap, want je bent priesterlijk geslacht, en je moet aan God het offer brengen... Maar om waardig te kunnen offeren heb je zuivere kledingstukken nodig, anders dan die gewone van alle andere mensen, en je hebt het goddelijk vuur nodig».

WV

Bibliografie

  • Benedictus XVI, Algemene audiënties, 25 april 2007 en 2 mei 2008 (www.rkdocumenten.nl)
  • Altaner B., Stuiber A., Patrologie; Leben, Schriften und Lehre der Kirchenväter, Freiburg/Basel/Wien: Herder 1966 (7), blz. 197-209
  • Crouzel H., Origen, San Francisco: Harper & Row 1989
  • Steidle B. OSB, De Kerkvaders; een inleiding tot hun leven en werk, Bussum:  Paul Brand 1946
  • Tixeront J., A Handbook of Patrology (vert. S.A. Raemers), St Louis: Herder 1920, blz. 89-97.


[1] B. Steidle OSB, De Kerkvaders, blz. 76.
[2] Eusebius van Caesarea, Historia Ecclesiastica VI, 3, 7.
[3] Ibidem, blz. 76-77.

Chronologie

 
top
Laatste update: