Mailformulier   Sitemap  

Menu

In Hoc Signo Vinces!

Home > Hier en nu > De Engelen

De Engelen

28 september, gedachtenis van de Aartsengelen Michaël, Gabriël, Rafaël;

2 oktober, gedachtenis van de Engelbewaarders

Melozzo da Forlí, Engel met luit, Vaticaan

“Iedere gelovige heeft een engel aan zijn zijde als beschermer en herder om hem door het leven te geleiden".  (H. Basilius, Contra Eunomium, 3, 1)

Zoals uit de navolgende teksten zal blijken, was de devotie tot de engelen onder de eerste christenen diep geworteld. Zij hadden met hen een vertrouwvolle omgang die de aandacht trekt. 

Dagelijks ervoeren zij hun hulp en medewerking, ze deden een beroep op hun voorspraak met een vast vertrouwen. Een blijk van de hulp en voorspraak van de boodschappers van God en vrienden van de mens, is bijvoorbeeld de geschiedenis van de heilige Petrus die -in de boeien geslagen door koning Agrippa en bewaakt door vier groepen soldaten- op wonderlijke wijze wordt bevrijd door een engel terwijl de Kerk op dat moment vurig voor hem bad (Hnd 12,4).

Het is altijd mogelijk om deze vertrouwelijke omgang te hebben met de engelen en een beroep te doen op hun voorspraak in al onze noden.

  Cherubijnen, Raphael Sanzio

1. Clemens Romanus: Denken we eens aan die menigte engelen die voor Hem staat, altijd bereid om Zijn bevelen op te volgen. De Schrift zegt namelijk: Duizenden en duizenden dienden Hem, tienduizenden gehoorzamen Hem en roepen als één stem: "Heilig, heilig, heilig, de Heer van de hemelse legermachten, vol is de aarde van Zijn heerlijkheid!"
(Clemens van Rome, Brief aan de Korinthiërs, 30, 3-4)

3. (De christelijke schrijver Hermas uit de tweede eeuw biedt in zijn boek De herder enkele aanwijzingen om de ingevingen van de goede engelen te herkennen, en hoe ze te onderscheiden van de boze engelen…)

De engel van de rechtvaardigheid is fijngevoelig, verlegen, zachtmoedig, en rustig. Als deze engel dus in je hart binnenkomt, zal hij direct met je spreken over de rechtvaardigheid, de kuisheid, de heiligheid, over de versterving en over elk goed werk en elke glansrijke deugd. Als deze dingen in je hart opkomen, weet dan dat de engel van de rechtvaardigheid met je is. Want dat zijn de werken van de engel van de rechtvaardigheid. Geloof daarom in deze en zijn werken. (Hermas, De herder, Gebod 6, 9-10) 

4. (Vanaf het begin van de Kerk herhaalt Origenes in de eerste helft van de derde eeuw dat men de devotie heeft beleefd tot de bewaarengel of beschermengel van iedere persoon...)

Maar ook de engel van elk, zelfs de meest onbeduidende in de Kerk, «want ze zien voortdurend het gelaat van mijn Vader in de hemel», hij aanschouwt de godheid van onze schepper, en verenigt zijn gebed met het onze en werkt mee, voor zover mogelijk, met wat wij vragen. (Origenes, De oratione, 11, 1-5)

5. De beschermengelen roepen, wekken degenen die niet waken. (Origenes, Commentaria in Evangelium Matteum, 32)

6. We staan tevens in het krijt bij onze beschermengel die voortdurend het gelaat aanschouwt van de Vader in de hemelen. (Origenes, De oratione, 28,3)

7. Want de engelen stijgen niet zo maar op en dalen niet tevergeefs af op de Mensenzoon, en zien met ogen die verlicht zijn door het licht van de wetenschap. Want zij volbrengen, als ze dat kunnen, gedurende de tijd van het gebed datgene wat de bidder vraagt wat hij nodig heeft, krachtens de universele opdracht die ze ontvangen hebben.

(…) ze zorgen er voor dat de verdeler van het goed zijn aandacht richt op wat de behoeftige vertrouwvol vraagt; zo moet je bedenken dat de engelen soms bij elkaar komen als waarnemers en dienaren van God, en vertegenwoordigen degene die bidt om te verkrijgen wat hij vraagt. (Origenes, De oratione, 11, 1-5)

8. Wat de engelen van God betreft, als zij aan Jezus «verschenen en Hem van dienst zijn» (Mt 4,11), moet je niet denken dat ze zich beperkten tot de korte spanne tijds van het sterfelijk leven van Christus tussen de mensen, toen Hij Zich onder de gelovigen bevond juist niet om gediend te worden maar om te dienen. Want hoeveel engelen geloven we hebben de opdracht de kinderen van Israël te verzamelen rondom hem die elk van hen bemint, en de verstrooiden te verzamelen rondom de Messias die zij vrezen en aanroepen, en zo een nog grotere dienst bewijzen dan de apostelen met betrekking tot de groei en uitbreiding van de kerken, tot op het punt dat de heilige Johannes zelf zegt in de Apocalyps dat enkele engelen aan het hoofd van de kerken staan? (Origenes, De oratione, 11, 1-5)

9. Het is waarschijnlijk dat, wanneer we met velen bijeen zijn om God eer te bewijzen, de Engel van elk rondom de dienaren van de Heer staan, tezamen met de persoon die hij beschermt en bewaart. Zo kunnen we van een dubbele gemeenschap van heiligen spreken: een van mensen en een andere van engelen. (Origines, De oratione, 30, 5)

10. Hilarius van Poitiers: Het is een beproefde waarheid op grond van de onfeilbare autoriteit van de Schrift, dat de engelen zijn aangesteld over ons gedrag en dat ze alle dagen aan God de gebeden aanbieden van hen die door Jezus Christus zijn gered. (Hilarius van Poitiers, Commentarius in Evangelium Matthaei, 18)

11. Basilius: Ieder die in Jezus Christus geloofd heeft een engel die hem ter zijde staat, als hij hem tenminste niet verstoot door een of andere slechte daad. (Basilius de Grote, Commentaar op Psalm 33, 8)

12 (De Kerk leert dat vanaf de geboorte tot de dood de mens begeleid wordt en de voorspraak geniet van de bewaarengel. Zo zegt Basilius dat in het jaar 380)

Elke gelovige heeft een engel aan zijn zijde als beschermer en herder om zijn leven te begeleiden (H. Basilius, Contra Eunomium, 3, 1)

13 (Ook Hiëronymus spreekt ons aan het eind van de vierde eeuw over de realiteit van de beschermengel)

De engelen aanschouwen voortdurend het gelaat van de hemelse Vader. Groot is de waardigheid van de zielen, want zij hebben vanaf het moment van geboorte een engel door God aangewezen gekregen om hen te geleiden. (Hieronymus, Commentaar op Matteüs, 18, 99)

14. Johannes Chrysostomus: De engelen omgeven de priester. Elk heiligdom en de ruimte rondom het altaar zijn gevuld met hemelse machten om Hem te eren die aanwezig is op het altaar. (Johannes Chrysostomus, Homilie over het priesterschap, 6)

15. Ambrosius: Als God eens zou toestaan dat als wij wierook branden op onze altaren en het offer opdragen, de engelen zich zouden tonen zoals aan Zacharias! We mogen er nooit aan twijfelen dat er altijd engelen aanwezig zijn als Jezus Christus zich aan ons toont, als Jezus Christus wordt geofferd. (Ambrosius, Commentaar op het evangelie van Lucas, 1, 95)

16. Augustinus: We weten door het geloof dat de engelen bestaan en we lezen dat zij verschenen aan velen, zodat het niet gepast is daaraan te twijfelen. (Augustinus, Commentaar op Psalm 103, 15)

17. Jozefmaria Escrivá: Drink uit de klare bron van de Handelingen der Apostelen. In hoofdstuk 12 begeeft Petrus zich, door tussenkomst van engelen uit de gevangenis bevrijd, naar het huis van de moeder van Marcus. De aanwezigen willen het dienstmeisje niet geloven, dat beweert dat Petrus voor de deur staat. Angelus eius est. Het is zeker zijn engel, zeggen ze.
- Merk op, hoe vanzelfsprekend de eerste christenen omgingen met hun engelbewaarders.
- En jij?
(Jozefmaria Escrivá, De Weg, 570)

 

Uit: Orar con los primeros cristianos, Ed. Gabriel Larrauri, Editorial Planeta.

Chronologie

 
top
Laatste update: