Mailformulier   Sitemap  

Menu

In Hoc Signo Vinces!

Home > Hier en nu > De Onbevlekte Ontvangenis

De Onbevlekte Ontvangenis

Over de oorsprong en betekenis van dit feest.

Theotokos

In de constitutie Ineffabilis Deus van 8 december 1854, verklaarde paus Pius IX over de Maagd Maria "dat haar ziel in vanaf het eerste ogenblik van haar schepping en haar instorting in het lichaam, door een bijzondere genade en bevoorrechting Gods, om de verdiensten van Jezus Christus, haar Zoon de Verlosser van het mensdom, van de smet van de erfzonde vrij bewaard is (...)". Op deze wijze verklaarde hij als dogma van ons geloof op definitieve wijze wat de volkstraditie had onderhouden vanaf het begin van de Kerk.

1. De Heilige Schrift

Theotokos

In de heilige Schrift vinden we enkele refererenties naar Maria, hoewel niet direct.

De eerste schriftpassage die de belofte bevat van de Verlossing, noemt ook de Moeder van de Verlosser: "Vijandschap sticht Ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw kroost en het hare. Het zal jouw kop bedreigen, en jij zijn hiel!" (Gn 3,15)

Anderzijds duidt in het evangelie van Lucas de groet van de engel Gabriël (vgl. Lc 1,28): 'Verheug u, begenadigde', “chaire kecharitomene”, een lofprijzing aan van de volheid van genade, een bovennatuurlijke staat van een ziel die aangenaam is aan God, die alleen met de Onbevlekte Ontvangenis van Maria begrepen wordt.

Ook heeft men verwijzingen gezien in het boek van Spreuken, Sirach en het Hooglied (vgl. Hl 4,7).

2. De Kerkvaders

Theotokos van Vladimir

Met betrekking tot de zondeloosheid van Maria zijn de Vaders zeer voorzichtig, maar zij benadrukken vooral twee dingen: de absolute zuiverheid van Maria, en haar rol als de tweede Eva (vgl. 1Kor 15,22).

Deze bekende vergelijking van Eva, die voor een tijd onbevlekt en onbesmet was -vrij van erfzonde- met Maria wordt ontwikkeld door verschillende Kerkvaders: Justinus, Ireneüs, Cyrillus van Jeruzalem en Sedulius onder andere.

Er is een overvloed aan patristische geschriften over de absolute zuiverheid van Maria. Origines noemt haar «waardige van God, onbevlekte van de onbevlekte, meest volkomen heiligheid, volmaakte rechtvaardigheid, niet bedrogen door de aandrang van de slang, noch aangetast door zijn giftige ademtocht». Ambrosius schrijft dat zij «onbedorven is, een vrouw door de genade onaangetast door enige zondevlek». Augustinus verklaart dat alle rechtvaardigen werkelijk de zonde hebben gekend «behalve de maagd Maria van wie ik -om de eer van de Heer- niets in twijfel wil trekken aangaande zonde».

De Syrische Vaders raakten niet moe de zondeloosheid van Maria te prijzen. Heilige Efrem beschrijft de genade en heiligheid van Maria: «De allerheiligste Vrouwe, Moeder van God, de enig zuivere van ziel en lichaam, de enige die elke volmaaktheid van zuiverheid uitput, enig verblijf van alle genaden van de heiligste Geest (...), mijn alleheiligste Vrouwe, allerzuiverst, zonder bederf, de slechts onbevlekte».

3. De oorsprong van het feest

Het oude feest van de Ontvangenis van Maria (Ontvangenis van heilige Anna), dat zijn oorsprong vindt in de kloosters van Palestina aan het einde van de zevende eeuw, en het moderne feest van de Onbevlekte Ontvangenis hebben geen gemeenschappelijke oorsprong. Het feest van de Ontvangenis van de heilige Anna heeft zich wel in de loop van de tijd omgevormd in het feest van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria.

Om de oorsprong van dit feest te traceren, moeten we het oudste document in ogenschouw nemen, en dat is de Grote Canon van dit feest gecomponeerd door Andreas van Kreta die de liturgische hymne schreef in de tweede helft van de zevende eeuw

In de Oosterse kerk onstond het feest in de kloostergemeenschappen, drong zo binnen in de kathedralen en werd geprezen door predikers en dichters. Tenslotte werd het feest vastgelegd in de kalender van Basilius II met goedkeuring van Kerk en Staat.

In de Westerse kerk duikt het feest van de Onbevlekte Ontvangenis op als de ontwikkeling ervan in de Oosterse kerk tot stilstand komt. Een bescheiden begin wordt er met het feest gemaakt in de angelsaksische kloosters in de elfde eeuw. De invallen van de Noormannen brengen het proces tot staan, maar als de situatie stabiliseert wordt het feest ook overgenomen in de bisdommen van de angel-normandische clerus.

De definitieve vestiging van het feest geschiedt in Engeland, waar het voorkomt in de kalender van Old Minster, Winchester, dat wordt gedateerd rond het jaar 1030. Ook wordt het opgenomen in de kalender van New Minster, Winchester, dat is geschreven tussen 1035 en 1056. Dit toont aan dat het feest door de kerkelijke autoriteit werd aanvaard, en door de monniken met plechtigheid beleefd.

Na de invasie van de Noormannen in 1066, schafte de Normandische clerus het feest af in enkele kloosters van Engeland, waar het kort tevoren was ingesteld door de Angelsaksische monniken. Maar aan het einde van de elfde eeuw verscheen het weer in talloze Angel-Normandische nederzettingen. In het bijzonder Anselmus de Jonge heeft zich hiervoor ingespannen.

Gedurende de Middeleeuwen, werd het feest van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria ook het feest van de Normandische natie genoemd; het werd daarom met feestelijkheid gevierd. Het breidde zich uit over geheel westelijk Europa.

Met een decreet van 28 februari 1476 nam paus Sixtus IV het feest aan voor de gehele Latijnse Kerk, en kende een aflaat toe aan al degenen die aanwezig zouden zijn bij de plechtige Liturgie van die dag. Om verdere twijfels weg te nemen, promulgeerde paus Alexander VII op 8 december 1661 de constitutie «Sollicitudo omnium Ecclesiarum» waarin hij verklaarde dat tot het geloof behoorde dat Maria gevrijwaard was gebleven van de erfzonde op het moment waarop haar ziel werd geschapen en aan het lichaam werd verbonden.

Vanaf deze constitutie van Alexander VII tot voor de definitieve dogma-verklaring bestaan er onder de theologen geen twijfels meer dat dit Mariaal privilege behoort tot de door God geopnebaarde waarheden. Tenslotte zal het paus Pius IX zijn die temidden van een menigte kardinalen en bischoppen het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis zal afkondigen op 8 december 1854. Het dogma in algemeen is een leerstelling waarin een paus plechtig verklaart dat deze door God geopenbaard is en door de mens geloofd moet worden. Paus Pius IX verklaarde dat Maria bij het eerste ogenblik van haar ontvangenis door een bijzondere genadegave en voorrecht van God gevrijwaard was van elke smet van de erfzonde.

Vaak wordt de Onbevlekte Ontvangenis van Maria verward met het feit dat Maria zwanger raakte van Jezus zonder dat zij 'omgang met een man' had, zoals de oude bijbelvertaling scheef. Het gaat echter om het feit dat Maria zélf onbevlekt - dat wil zeggen zonder zonden - in de schoot van háár moeder werd ontvangen. Niet voor niets wordt dit feest exact negen maanden vóór het feest van Maria Geboorte (8 september) gevierd.

De Catechismus van de Katholieke Kerk legt het geloofsmysterie van Maria's Onbevlekte Ontvangenis als volgt uit: "Om Moeder van de Verlosser te zijn, werd Maria 'door God begiftigd met gaven die pasten bij een zo grote taak'." Om moeder van Gods zoon te kunnen worden, moest zij helemaal vrij van zonden zijn.

Interessant is in dit verband dat korte tijd na de afkondiging van dit dogma het meisje Bernadette Soubirous in Lourdes in Zuid-Frankrijk meerdere verschijningen van 'een mooie dame' kreeg, die zichzelf presenteerde als de 'Onbevlekte Ontvangenis'. Dit is een van de redenen waarom de verschijningen in Lourdes als authentiek zijn erkend, omdat men ervan uitging dat de ongeletterde Bernadette zo'n theologische term nooit zelf verzonnen kon hebben.

 

Bewerkt artikel van: Frederick G. Holweck

Chronologie

 
top
Laatste update: