Mailformulier   Sitemap  

Menu

In Hoc Signo Vinces!

Home > Hier en nu > De ster van Bethlehem

De ster van Bethlehem

De ster die de wijzen of magiërs zagen, kan een planetaire conjunctie zijn geweest van Jupiter en Saturnus.

De wijzen met ster

De ster in het Oosten wordt genoemd in het evangelie van Matteüs. Enkele wijzen vroegen in Jeruzalem: "Waar is de pasgeboren koning van de Joden? Want wij hebben zijn ster zien opkomen en wij zijn gekomen om Hem te huldigen" (Mt 2,2).

De twee begin-hoofdstukken van de evangelies van Matteüs en Lucas vertellen enkele momenten van de jeugd van Jezus, daarom worden zij wel de "kindheidsevangelies" genoemd. De ster wordt genoemd in het kindheidsevangelie van Matteüs.

De kindheidsevangelies hebben een iets ander karakter dan de rest van het evangelie. Ze staan namelijk vol van verwijzingen naar het Oude Testament, en die maken de genoemde feiten nog belangrijker. Daarom moet we het verhaalde niet op dezelfde manier bestuderen als de andere episoden van het evangelie. Binnen de kindheidsevangelies constateren we ook nog verschillen: in Lucas is het het openingshoofdstuk van zijn evangelie, maar in Matteüs is het als de samenvatting van de hele tekst die volgt.

In de passage van de Wijzen (Mt 2,2) zijn dit enkele heidenen die niet behoren tot het volk van Israël. Zij ontdekken de openbaring van God door middel van hun studie en hun kennis van de sterren. Maar de sluitsteen van dat alles, de volheid vormen de geschriften van Israël.

In de tijd dat dit evangelie werd opgesteld was het normaal te denken dat de geboorte van een belangrijke persoon of een belangrijke gebeurtenis op handen was met een bijzondere verschijning aan het firmament. In deze verwachting deelde ook de heidense wereld (vgl. Suetonius, Vita Caesari, Augustus, 94; Cicero, De Divinatione 1,23,47) en de Joodse wereld (Flavius Josephus, Oorlog van de Joden 5,3,310-312; 6,3,289). Bovendien bervatte het boek Numeri (hfst. 22-24) al een voorspelling die luidde: «een ster komt op uit Jakob, een scepter rijst op uit Israël» (Nu 24,17). Deze passage werd geïnterpreerd als een heilsvoorspelling over de Messias. Deze omstandigheden vormen dus de context om het teken van de ster te begrijpen.

Wat kan de ster zijn geweest?

De moderne exegese heeft zich afgevraagd welk natuurlijk fenomeen  plaats gevonden kan hebben dat door de mensen van die tijd als buitengewoon kon worden gezien. De hypothesen tot op dit moment zjn voornamelijk deze drie geweest.

Kepler (zeventiende eeuw) sprak van een nieuwe ster, een supernova. Het zou gaan om een verre ster die explodeerde, zodat gedurende enkele weken deze meer licht uitstraalde en zichtbaar zou zijn op aarde;

Een komeet, omdat kometen een regelmatige maar elliptische baan hebben rondom de zon. Op het moment dat zij het verst verwijderd zijn, zijn ze niet zichtbaar op aarde; maar naarmate ze naderen, zijn voor een bepaalde tijd zichtbaar. Dat komt overeen met wat Matteüs schrijft, maar er zijn ons alleen geen kometen bekend die op de aangegeven data op aarde zichtbaar waren;

Een planetaire conjunctie van Jupiter en Saturnus. Ook Kepler noemt dit periodieke fenomeen, dat zich met de gegeven berekeningen zou hebben voorgedaan in de jaren 6-7 voor Christus. Dat wil zeggen: in het jaar dat Jezus is geboren.

 

Vertaald en bewerkt artikel van Vicente Balaguer op primeroscristianos.com

Bibliografie

  • A. Puig, Jesús. Una biografía, Destino, Barcelona 2005;
  • S. Muñoz Iglesias, Los evangelios de la infancia. IV, BAC, Madrid 1990;
  • J. Danielou, Los evangelios de la infancia, Herder, Barcelona 1969.

Chronologie

 
top
Laatste update: