Mailformulier   Sitemap  

Menu

In Hoc Signo Vinces!

Home > Hier en nu > Geloofden de eerste christenen in de Eucharistie?

Geloofden de eerste christenen in de Eucharistie?

Het Laatste Avondmaal

De eerste Kerkvaders verdedigen de werkelijke tegenwoordigheid van het Lichaam en Bloed van Christus in de Eucharistie

Vanaf het begin heeft de Eucharistie een centrale plaats ingenomen in het leven van de christenen. Het is wonderlijk te zien met hoeveel geloof en liefde ze omgaan met Jezus in het Eucharistie. Zij geloven onomstotelijk dat et brood en de wijn veranderen in het Lichaam en het Bloed van Christus door de woorden van de consecratie.

Uit diverse teksten uit de eerste en tweede eeuw kunnen we opmaken hoe de liturgie van de Kerk zich evolueert en vormt. Het raakt het hart als we vaststellen dat we heden ten dage de zelfde MIs vieren als in de eerste eeuw. Dat kunnen we bijvoorbeeld zien in een beschrijving van Justinus uit het jaar 155, geschreven aan keizer Antoninus Pius of in de Traditio apostolica van Hyppolitus van begin derde eeuw. 

De teksten die we hier presenteren laten zien hoe al vanaf de vroegste tijden (eerste eeuw) in de Kerk al een levendig geloof bestond in de tegenwoordigheid van Christus in het eucharistische Brood en Wijn.

Het getuigenis van de Kerkvaders 

1. Ignatius van Antiochië (110 n.Chr.)

Ignatius van Antiochië

Wat de Eucharistie aangaat is Ignatius altijd heel duidelijk. Hij noemt ze 'medicijn van de onsterfelijkheid' en nadrukkelijk stelt hij 'de Eucharistie is het Vlees van onze Verlosser Jezus Christus'.

Hij veroordeelt de Doceten* die beweerden dat Jezus geen waarachtig maar slechts een schijnlichaam had. En om deze dwaling, becommentarieert hij, wilden ze niet deelnemen aan de Eucharistie en stierven geestelijk door zich te verwijderen van dit geschenk van God.

“Spant u dus in van één Eucharistie gebruik te maken, want één is het lichaam van onze Heer Jezus Christus en één is de beker om ons in zijn bloed te verenigen, een enkel altaar, zoals er een bisschop is met de presbyter en de diakens, mijn mede-dienaren, opdat al wat gij doet volgens Gods bedoeling gedaan wordt.”

(* Doketen, van Grieks dokein=schijnen)

2. De Didaché of leer der twaalf Apostelen (60-160 n.Chr.)

Didaché

De Didaché is heel duidelijk in de bewering dat niet allen aan de Eucharistie kunnen deelnemen, want men kan “het heilige niet aan de zwijnen geven”.

Alvorens deel te nemen moet men de zonden belijden opdat het offer zuiver zij.

Hier blijkt ook dat de vroege Kerk in de Eucharistie het volmaakte offer zonder vlek erkende aan de Vader aangeboden waar Malachias over spreekt: "Werkelijk, van de opkomst van de zon tot aan haar ondergang is mijn naam groot onder de volken; overal wordt aan mijn naam een wierookoffer en een reine offergave gebracht. Ja, groot is mijn naam onder de volken – zegt de Heer van de machten." (Mal. 1,11)

3. Justinus (165 n.Chr.)

Justinus Martelaar

Martelaar voor het geloof rond het jaar 165 (door onthoofding), wordt beschouwd als de grootste apologeet van de tweede eeuw. Justinus bewaart het unanieme getuigenis van de Kerk in het belijden dat de Eucharistie niet een voedsel is zoals anderen, maar dat 'het lichaam en bloed is van deze Jezus die mens geworden is'.

Justinus sluit duidelijk uit dat het brood samen met het lichaam van de Heer kan bestaan; hij verwerpt daarmee de consubstantiatie die de Lutheranen aanhangen.

Dat wordt bevestigd door het gebruik dat Justinus maakt van het woord 'dankzeggen'. Tot Justinus werd dat werkwoord in onvergankelijke, intransitieve zin gebruikt; maar Justinus begint het woord in passieve zin te gebruiken: "het ge-eucharistiseerde voedsel" of, zo zouden we het ook kunnen vertalen, "het voedsel dat tot dankzegging is gemaakt".

Deze duiding in passieve vorm, samen met de andere grammaticale constructie, duidt hetzelfde aan als het brood ondergaat wanneer het wordt tot lichaam van Christus. 

4. Ireneus (130 – 202 n.Chr.)

De theologische beschouwing van Ireneus is helder er spreekt de zekerheid uit dat geconsacreerd brood en wijn geworden zijn tot lichaam en bloed van Jezus Christus. Hij zegt: "de kelk is zijn eigen Bloed" (dat van Christus) en "het brood is niet langer gewoon brood maar de Eucharistie die uit twee elementen bestaat, een aards en een hemels".

5. Hippolytus (martelaar in 235 n.Chr.)

Waar en wanneer Hippolytus precies is geboren is onbekend. We weten wel dat hij een leerling was van Ireneus van Lyon. Zijn uitspraken zijn des te duidelijker: men vermijde dat de ongelovige de Eucharistie nuttigt, want het is het lichaam van Christus waarmee alle gelovigen zich voeden en dat niet geminacht mag worden.

6. Origenes (185 – 254 n.Chr.)

Origenes

Met betrekking tot de Eucharistie laten de geschriften van Origenes hetzelfde zien als de Kerkvaders. Hij meent dat zoals het manna een raadselachtig voedsel was, zo is ook het vlees van het Woord van God waarachtig voedsel, zoals Hij zelf zegt: Mijn vlees is echt voedsel en Mijn bloed is echte drank.

In alle gevallen verwijst Origenes naar het waarachtige voedsel niet zoals het brood, maar zoals het vlees van het Woord van God.

Ook meent hij dat het ontvangen van dit Lichaam op onwaardige wijze schade berokkent aan de ontvanger, en hij verwijst naar de eucharistische viering als de tafel van het lichaam van Christus en van de kelk van zijn eigen bloed.

Chronologie

 
top
Laatste update: