Mailformulier   Sitemap  

Menu

In Hoc Signo Vinces!

Home > Hier en nu > Het eucharistisch getuigenis van de eerste christenen

Het eucharistisch getuigenis van de eerste christenen

"Sine dominico non possumus": Zonder dat we op de zondag bij elkaar zijn geweest, kunnen wij niet leven.

Eucharistie

Aan het begin van de vierde eeuw was de christelijke eredienst nog verboden door de keizerlijke overheden. Enkele christenen van Noord-Afrika, die zich tot de viering van de Dag des Heren verplicht voelden, trotseerden het verbod. Ze stierven de marteldood terwijl ze verklaarden niet zonder de Eucharistie te kunnen leven, het voedsel van de Heer: sine dominico non possumus (Acta SS. Saturnini, Dativi el aliorum plurimorum martyrum in Africa, 7.9.10). 

Deze martelaren van Abitene mogen, samen met al die heiligen en zaligen die van de Eucharistie het centrum van hun leven hebben gemaakt, voor ons ten beste spreken en ons leren trouw te zijn aan de ontmoeting met de verrezen Heer. Ook wij kunnen niet leven zonder deel te nemen aan het Sacrament van ons heil en verlangen mensen te zijn iuxta dominicam viventes, dat wil zeggen in ons leven te vertalen wat we op de dag des Heren vieren. Deze dag is inderdaad de dag van onze definitieve bevrijding. Is het dan verwonderlijk als wij er naar verlangen elke dag te leven volgens het nieuwe dat Christus met het mysterie van de Eucharistie heeft ingevoerd?

(Benedictus XVI,  Sacramentum Caritatis, 95)

In Abitine, een klein dorp in het huidige Tunesië, werden negenenveertig Christenen op een zondag gedurende de Eucharistieviering in het huis van Octavius Felix bij de overtreding van het keizerlijke verbod betrapt. Ze werden vastgenomen en naar Carthago gebracht, om door de Proconsul Anulinus verhoord worden.

Veelzeggend was vooral het antwoord van een zekere Emeritus, die door de Proconsul gevraagd werd, waarom hij het bevel van de keizer overtreden hadden. Hij zei: "Sine dominico non possumus": "Zonder dat we op de zondag bij elkaar zijn geweest, kunnen wij niet leven. We zouden dan niet de kracht hebben de dagelijkse moeilijkheden aan te kunnen en niet na te laten."

Na een gruwelijke foltering werden de negenenveertig martelaren van Abitene ter dood gebracht. Met het vergoten bloed hebben ze getuigd van hun geloof. Ze stierven, maar ze hebben overwonnen. Vandaag herdenken we hen die in de heerlijkheid zijn van de opgestane Christus.

Ook wij Christenen van de 21e eeuw moeten de ervaring van de martelaren van Abitene herdenken. Ook voor ons is het niet gemakkelijk als Christen te leven. Spiritueel leven we in een wereld die vaak gekenmerkt wordt door een ongeremde consumentisme, van religieuze onverschilligheid en van secularisme, die van iedere transcendentie verstoken blijft. Een soortgelijke wereld kan als een woestijn lijken, die niet minder hard is als de "grote en verschrikkelijke woestijn" (Dt. 8, 15), waarvan in de eerste lezing uit het boek Deuteronomium sprake is.

We hebben dit Brood nodig opdat we de beproevingen en de uitputting van deze reis te boven komen. De zondag - dat is de Dag van de Heer - is de grote gelegenheid om voor Hem, de Heer van het leven, kracht te verkrijgen. Het zondagsgebod is dus niet alleen een van buitenaf opgelegde verplichting. Deelnemen aan de misviering op de zondag en zich door het Eucharistische Brood te laten voeden, is voor de Christen een noodzaak, die hem de nodige kracht geeft om op de weg, die nog voor hem ligt, verder te kunnen. 

De Verrijzenis van Christus vond plaats op de eerste dag van de week, dat in de Heilige Schrift de dag is van de schepping van de wereld. Daarom wordt de zondag door de eerste christen-gemeenschappen beschouwd als de dag waarop de nieuwe wereld begint, die waarop, door de overwinning van Christus over de dood, de nieuwe schepping begon.

De gemeenschap kreeg het karakter van een nieuw volk van God toen ze zich verzamelde rond de Eucharistische tafel. Ignatius van Antiochië beschreef de Christenen als "zij die nieuwe hoop hebben gekregen" en stelde ze voor als mensen "die leefden overeenkomstig de zondag" (iuxta dominicam viventes). In aansluiting hierop vroeg de Bisschop van Antiochië zich af: "Wie is in staat om te leven zonder Hem, de Ene die door de profeten zolang verwacht werd?" (Ep. ad Magnesios, 9, 1-2).

"Wie is in staat om te leven zonder Hem?" In deze woorden van Ignatius horen we de echo van de bevestiging door de martelaren van Abitene: "Sine dominico non possumus". Dit is hetgeen ons gebed versterkt: dat wij ook, Christenen in deze tijd, het besef zullen herontdekken van het cruciale belang van de Zondagse viering en dat we zullen weten hoe we vanuit de deelname aan de Eucharistie het noodzakelijke dynamisme voor een nieuwe engagement om te getuigen aan de wereld dat Christus is "onze vrede" (Ef. 2, 14). Amen!

Genomen uit de homilie van Benedictus XVI in Bari, 29 mei 2005.

Chronologie

 
top
Laatste update: