Mailformulier   Sitemap  

Menu

In Hoc Signo Vinces!

Home > Hier en nu > Over Advent

Over Advent

Over de oorsprong van de Advent, hoe en wanneer begint men die te beleven?

Advent, liturgische tijd ter voorbereiding van Kerstmis

Verwachting met boete, vroomheid en blijdschap

De komst van de Zoon van God op aarde is een zo overweldigend gebeuren dat God het gedurende eeuwen heeft willen voorbereiden.

Door elk jaar de liturgie van de advent te vieren actualiseert de kerk deze verwachting van de Messias: door deel te nemen aan de lange voorbereiding van de eerste komst van de Verlosser hernieuwen de gelovigen het vurig verlangen naar zijn tweede komst.
Catechismus van de Katholieke Kerk, nrs. 522 en 524.

Met de Adventstijd begint de Kerk met een nieuw liturgisch jaar. De tijd van Advent draait om de viering van het mysterie van de geboorte van onze Heer Jezus Christus.

Vanaf de vierde eeuw

Het begin en de betekenis van Advent is niet helemaal duidelijk; in ieder geval is de term adventus al bekend in de christelijke literatuur van de eerste eeuwen van het leven van de Kerk, en is ze ontleend aan het gebruik ervan in de klassieke Latijnse taal.

Engelen

In de Vulgaat vertaling van de Heilige Schrift (van de vierde eeuw) werd met adventus de komst van de Zoon van God aangeduid in zijn dubbele betekenis: Zijn komst in het vlees -de menswording- en Zijn glorievolle wederkomst -de parousia-.

De spanning tussen beide betekenissen vinden we in de hele geschiedenis van de liturgische tijd van Advent, hoewel de duiding van "komst" toch veranderde in "moment van voorbereiding op de komst".

Wellicht was het juist deze ruime duiding van het begrip Advent die maakte dat het enige tijd duurde voordat er een tijd werd ingeruimd voor deze boodschap die zo rijk aan betekenis is. Want de Adventscyclus was een van de laatste elementen die een plaats kreeg in het geheel van het liturgische jaar (vijfde eeuw).

Het schijnt dat vanaf het einde van de vierde eeuw en gedurende de vijfde eeuw, toen de feesten van Kerstmis en Epifanie (Openbaring des Heren) steeds belangrijker werden geacht, in het bijzonder in de kerken van Hispania en Gallië, men het verlangen had enkele dagen van voorbereiding aan deze feesten te wijden.

Als we een tekst die aan Hilaire van Poitiers wordt toegeschreven even buiten beschouwing laten (omdat deze niet eenduidig is), vinden we de eerste vermelding van dit verlangen in de praktijk gebracht in canon 4 van het Concilie van Saragossa (Spanje) van het jaar 380: "Gedurende eenentwintig dagen van de 26e kalendas van januari (dat wil zeggen, 17 december) is het niet meer toegestaan dat iemand afwezig is in de kerk, maar hij zij daar dagelijks aanwezig" (H. Bruns, Canones Apostolorum et Conciliorum II, Berlin, 1893, 13-14). De aanwezigheid bij de eredienst tijdens deze periode, die gedeeltelijk overeenkomt met de huidige Adventstijd, wordt dus wat globaal omschreven.

Een tijd van boetedoening

Veel later spreken de Concilies van Tours (Frankrijk, jaar 563) en van Macon (jaar 581) al op concrete wijze van bestaande praktijken "van oudsher" ter voorbereiding van Kerstmis. Inderdaad, bijna een eeuw eerder geeft Gregorius van Tours (†490) hiervan een getuigenis met een eenvoudige verwijzing. In canon 17 van het Concilie van Tours lezen we dat de monniken "moeten vasten gedurende de maand december, tot aan Kerstmis, alle dagen".

In canon 9 van het Concilie van Macon worden clerici, en waarschijnlijk alle gelovigen, verplicht dat "zij vasten drie dagen per week: de maandag, de woensdag en de vrijdag, vanaf Sint Martinus tot aan Kerstmis, en dat zij in die dagen het Officium Divinum lezen, zoals men in de Vastentijd doet" (Mansi, IX, 796 en 933).

Hoewel de historische interpretatie van deze teksten niet eenvoudig is, lijkt het er wel op dat aan de tijd van Advent een karakter werd toegekend van boete en ascese, met een grotere toeleg op de eredienst.

Hoe dan ook, de eerste berichten omtrent de viering van de liturgische tijd van Advent vinden we halverwege de zesde eeuw in de kerk van Rome

De Romeinse Adventstijd omvatte in het begin zes weken, hoewel al snel, gedurende het pontificaat van Gregorius de Grote (590-604), dat werd teruggebracht tot de huidige vier weken.

Een dubbele verwachting

De oorspronkelijke theologische betekenis van Advent heeft zich geleend voor uiteenlopende interpretaties. Enkele auteurs menen dat onder invloed van de prediking van Petrus Chrysologus (vijfde eeuw), de Adventsliturgie voorbereidde op de jaarlijkse liturgische viering van de geboorte van Christus en pas later -vanuit de beschouwing van Zijn tweede komst- is de betekenis verdubbeld en sloot ook de blijde verwachting van de Parousia van de Heer in.

Er ontbreken echter niet de voorstanders van een tegengestelde mening: Advent zou al begonnen zijn als een tijd gericht op de Parousia, dat wil zeggen de dag waarop de Verlosser Zijn werk definitief zou bekronen. Hoe dan ook, de overlapping is zo sterk dat het moeilijk is te onderscheiden welk aspect benadrukt wordt in de Schriftlezingen of eucologische teksten van deze liturgische tijd.

De Romeinse kalender van dit moment bewaart deze dubbele theologische dimensie die Advent aanwijst als een tijd van vreugdevolle verwachting: "de tijd van Advent heeft een dubbele inborst: het is een tijd van voorbereiding op de plechtigheden van Kerstmis waarin de eerste komst van de Zoon van God tot de mensen wordt herdacht. En tegelijkertijd is het de tijd waarin door deze herinnering de geesten worden gericht op de verwachting van de tweede komst van Christus op het einde der tijden. Omwille van deze twee redenen openbaart zich Advent aan ons als een tijd van vrome en blijde verwachting" (Romeinse kalender, Universele normen voor het liturgisch jaar en voor de kalender, 39).

Het originele artikel is gepubliceerd door primeroscristianos.com, en vertaald door WV.

Chronologie

 
top
Laatste update: