Mailformulier   Sitemap  

Menu

In Hoc Signo Vinces!

Home > Hier en nu > Over de oorsprong van de Veertigdagentijd

Over de oorsprong van de Veertigdagentijd

Hoe en waar begint deze gewoonte van de Vastentijd? Waarom veertig dagen lang? Waarom de boete en het vasten?

Giotto, Genezing van de blinde.

De viering van het Pasen van de Heer vormt zonder twijfel het grootste feest van het liturgisch jaar. Vandaar dat in de tweede eeuw, als de Kerk begint om jaarlijks het paasmysterie van Christus te vieren, zij ook de noodzaak voelt van een passende voorbereiding middels gebed en vasten zoals was voorgeschreven door de Heer. Zo ontstond de vrome gewoonte te vasten op Goede Vrijdag en Stille Zaterdag.

Deze tijd van voorbereiding op Pasen vestigde zich stap voor stap, totdat ze de liturgische realiteit werd die we heden kennen als Veertigdagentijd. Ook waren hier het catechumenaat en de boetedoening van invloed. De vroeg-christelijke viering van het Pasen van de Heer kende het gebruik van een voorbereidend vasten op de vrijdag en zaterdag voorafgaand aan Pasen.

Naar dit gebruik zou de Traditio Apostolica, uit het begin van de derde eeuw, kunnen verwijzen als deze de doopkandidaten aanspoort om op vrijdag te vasten en de zaterdagnacht te waken. Anderzijds werd in de tweede eeuw in de kerk van Alexandrië, die zulke sterke betrekking met de kerk van Rome onderhield, een week van vasten beleefd ter voorbereiding van het Paasfeest.

In de vierde eeuw krijgt het Vasten van veertig dagen vorm

Zoals in andere aspecten van het het leven van de Kerk, moeten we ook hier wachten tot de vierde eeuw om de eerste sporen te vinden van een organische structuur in deze liturgische tijd. Hoewel in deze tijd in nagenoeg alle kerken de instelling van een vastentijd van veertig dagen is te vinden, handhaafde men in Rome een Paasvoorbereiding met een vasten van drie weken met dagelijks vasten, behalve op zaterdagen en zondagen. Deze drieweekse voorbereiding op Pasen met vasten bleef niet lang van kracht, want aan het einde van de vierde eeuw is in de Urbs al een vastenstructuur te vinden van veertig dagen.

Asoplegging

De vastenperiode van zes weken ontstond waarschijnlijk in relatie tot de boete-praktijk. De boetelingen begonnen hun geïntensiveerde periode van voorbereiding op de zesde zondag voor Pasen. Zij verbleven in vasten tot de dag van hun verzoening die plaats vond tijdens de Eucharistie op Witte Donderdag. Omdat deze periode van boete veertig dagen duurde, werd ze Quadragesima genoemd.

In dit eerste stadium van de georganiseerde Vastentijd, werden alleen eucharistische bijeenkomsten georganiseerd op de zondagen. Door de week werden op woensdagen en vrijdagen wel bijeenkomsten gehouden, maar van een niet-eucharistische aard.

Waarom de as?

Aan het einde van de zesde eeuw werd tijdens de bijeenkomsten op maandag, woensdag en vrijdag reeds Eucharistie gevierd. Later werden daar de eucharistische bijeenkomsten op dinsdagen en zaterdagen aan toe gevoegd. Het proces werd afgesloten onder het pontificaat van Gregorius II (715-731), met de opstelling van een eucharistisch formulier voor de donderdagen in de Vastentijd.

Tegen het einde van de vijfde eeuw beginnen de woensdag en de vrijdag voor de eerste zondag van de Veertigdagentijd gevierd te worden, als behoorden zij tot de boete-tijd, waarschijnlijk om de zondagen en andere dagen waarop niet gevast werd te compenseren.

Op deze woensdag ontvingen de boetelingen as door oplegging; zij begonnen zo aan wat de canonieke boetedoening (d.w.z. boete volgens het kerkrecht) hen voorschreef. Toen de canonieke boete-instelling verdween, werd deze ritus toegepast op de hele christengemeenschap. Dit is het begin van Aswoensdag of «Feria IV cinerum».

Het proces van verlenging van de boete-tijd hield nog aan. Dit vooruitlopen op het vasten van de Veertigdagentijd is niet slechts een romeinse praxis: ze is ook in het Oosten te vinden en andere Westerse streken. Waarschijnlijk maakte zij deel uit van de monastieke ascese, en werd van daar uit verspreid over de christengemeenschap. We weten echter niet hoe deze praxis er precies uitzag.

Waaron veertig dagen?

Asoplegging door Johannes Paulus II

De Veertigdagentijd is rijk aan theologische betekenis. Zijn structuur van afzonderen en terugtrekken is diep in de godsdienstige leer geworteld.

Als het vasten zich zou hebben beperkt tot twee dagen -of een week maximaal- zou de liturgische praktijk nog kunnen worden uitgelegd door de droefheid van de Kerk om de afwezigheid van de Bruidegom, of door het verwachtingvolle afwachten. Maar het veertigdaagse vasten draagt vanaf haar begin al heel eigen karakteristieken, die in verband gebracht kunnen worden met het getal veertig.

Ten eerste moet niet vergeten worden dat de traditie in het Westen het Vasten begint met de lezing van de bekoringen van Jezus in de woestijn. De Vastentijd vormt zo een woestijnervaring die, net zoals die van de Heer, veertig dagen duurt.

In de Veertigdagentijd beleeft de Kerk een intense geestelijke strijd, als tijd van vasten en beproeving. Dat tonen ook de veertig jaren van doortocht door de Sinaï van het volk van Israël.

Ook met andere symbolen krijgt het getal veertig betekenis, zoals in het Oude en het Nieuwe Testament valt te lezen. Het getal veertig roept een voorbereidingstijd op: veertig dagen lang laat God het regenen tijdens de zondvloed waarvoor allen Noach en de zijnen worden gespaard en waarna God een verbond aangaat; veertig dagen waarop Mozes en Elias zich voorbereiden om Jahweh te ontmoeten; veertig dagen waarin Jonas boete doet en na afloop vergeving verkrijgt; veertig vasten-dagen voor Jezus alvorens Zijn openbaar leven te beginnen. De Vastentijd is een echte tijd van voorbereiding op de viering van de Paas-plechtigheden: de christelijke initiatie en de verzoening van de boetelingen.

En tenslotte heeft de christelijke traditie het getal veertig ook geïnterpreteerd als uitdrukking van het leven in deze tijd als een vooruitlopen op de toekomstige wereld. Het Tweede Vaticaans Concilie (vgl. Sacrosanctum Concilium, nr 109) wijst er op dat de Vastentijd een dubbele dimensie heeft, die van Doop en Boete, en onderstreept haar karakter van tijd van voorbereiding op het Pasen in een sfeer van aandachtig luisteren naar het Woord van God en onophoudelijk gebed.

De Vastentijd wordt afgesloten op de ochtend van Witte Donderdag met de Chrisma-MisMissa Chrismalis— die de bisschop viert met zijn priesters. Deze Mis brengt de gemeenschap tot uitdrukking van de bisschop met zijn presbyters in het enige en identieke priesterschap en dienstwerk van Christus. In deze viering worden bovendien de heilige oliën gezegend en het chrisma gewijd.

De Veertigdagentijd duurt van Aswoensdag tot de Mis In Cena Domini. Aswoensdag en Goede Vrijdag zijn dagen van vasten en onthouding (men onthoude zich van het eten van vlees). Ook op de andere vrijdagen van de Vastentijd kan men zich onthouden van vlees.

Artikel verschenen op primeroscristianos.com; vertaling WV

Chronologie

 
top
Laatste update: