Mailformulier   Sitemap  

Menu

In Hoc Signo Vinces!

Home > Martyrologium > Agatha - 5 februari

Agatha - 5 februari

Maagd en martelares. Haar naam is opgenomen in de Romeinse Canon

Heilige Agatha in de gevangenis, Andrea Vaccaro, 17e eeuw, Museo de Prado, Madrid

(Andrea Vaccaro, Agatha in het gevang, 17e eeuw, Museo del Prado, Madrid)

Leven

Agatha was een jongen christin uit Catania (of Palermo) op het eiland Sicilië. Zij stierf als martelaar in de derde eeuw. Zij werd uitgehuwelijkt aan Quintinianus, de proconsul van het eiland, maar zij stemde daarmee niet in omdat zij zich als kind al aan God had toegewijd. Vanaf dit moment van haar afwijzing, lopen onze bronnen uiteen hoe zij martelaar werd. Dit kan zijn onder de vervolging van Decius (volgens de Passio sanctae Agathae) of tijdens de vervolging van Diocletianus (Aldelmus, De laudibus virgintatis, cap. 42, PL 89, 142). De data van haar geboorte en haar dood blijven daarmee onduidelijk (we nemen aan ca. 231 - ca. 251).

Het proces dat aan haar martelaarschap  vooraf gaat wordt verhaald door de Passio sanctae Agathae. Agatha wordt toevertrouwd aan een zeker Aphrodisia die haar in dertig dagen moet overtuigen van een huwelijk met de proconsul. Als dit is mislukt, wordt zij opnieuw voorgeleid. Daar verklaart zij christen te zijn, en wordt tot gevangenisstraf veroordeeld. Na enkele dagen wordt ze opnieuw voor het gerecht gebracht, en zij wordt opnieuw verhoord. Agatha bezwijkt niet, en belijd opnieuw haar geloof in Christus. Nu ontsteekt de proconsul in woede, en beveelt dat haar de borsten worden verwijderd. Zij wordt daarna opnieuw naar het gevang gestuurd.

Op dit moment van gevangenschap heeft zij een wonderlijk en bemoedigend visioen: de heilige Petrus bezoekt haar. De standvastigheid van Agatha wordt beantwoord met de aandrang van Quintinianus. Hij valt opnieuw aan, maakt haar ernstige beschuldigingen en beveelt tenslotte dat zij tot de dood toe gemarteld wordt.

Haar faam van heldhaftige deugdzaamheid -de maagdelijkheid die zwaar op de proef wordt gesteld- verbreidde zich over de hele christelijke wereld en werd bevestigd door vele wonderen na haar dood.

Heilige Agatha, Francesco Guarino, c. 1640, Napels

Verering

Onder het volk werd zij tot patrones van Catania en voorspreekster bij uitbarstingen van de Etna. Daarna werd zij ook beschermster bij brand. En tenslotte werd ze ook patrones van de klokgieters (een logische uitbreiding, want klokken alameerden bij brand).

De relieken van de heilige Agatha werden eerst in Catania bewaard. Daarna werden zij, uit angst voor profanatie door de invallen van de Saracenen, naar Constantinopel overgebracht. Van daar werden zij weer teruggebracht in het jaar 1126.

De verering van Agatha is goed gedocumenteerd middels documenten en monumenten. Meeerder kerken dragen haar naam. Haar naam verschijnt in het Martirologium Hieronianum, in het Calendarium Carthaginensem, in de Arabische Calendarium, in de Griekse synaxes, en haar naam is ook opgenomen in de canon van de Mis. Dat laatste waarschijnlijk door paus Gergorius (vgl. J. Jungmann, El sacrificio de la Misa, Madrid 1953, 937). De liturgische boeken van de zesde tot de tiende eeuw vermelden haar gedachtenis op 5 februari.

De rijkste bron over haar martelaarschap is de Passio sanctae Agathae. Daarvan bestaan meerdere versies, een Latijnse en twee Griekse, die teruggaan op een origineel van de zesde eeuw. Dat gegeven wordt door de wetenschappers met argwaan beschouwd als het gaat om de historische betrouwbaarheid ervan.

Niettegenstaande dit feit, kunnen we stellig zijn met de historiciteit van haar martelaarschap, de plaats hiervan, en de verering van Agatha vanaf zeer vroeg. Enkele details omtrent dit martelaarschap zullen we moeten relativeren.

 

Bewerkt artikel van F. Mendoza Ruiz, (GER)

Bibliografie

  • Acta Sanctorum, 5 februari;
  • J. BAUDOT, Dictionnaire d’hagiographie, Paríjs 1925, 17;
  • BAUDOT-CHAUSSIN, Vies des Saints et des Bienhereux, II, Paríjs 1936, 114-117;
  • F. MARTÍN HERNÁNDEZ, Año Cristiano, I, Madrid 1959, 276-279;
  • M. SCADUTO, Agata, santa, martire, in: Enciclopedia Cattolica, I, Roma 1948, 432-433;
  • S. ROMEO, Sant’Agata vergine e martire ed il suo culto, Catania 1922;
  • G. CONSOLI, Sant’Agata vergine e martire catanese, Catania 1951;
  • Studi su Sant’Agata e il suo culto, “Archivo storico per la Sicilia Orientale”, XLVIII (1952-53);
  • A. RIGOLI, Agata, in: Bibl. Sanct., 1, 328-335.

Chronologie

 
top
Laatste update: