Mailformulier   Sitemap  

Menu

In Hoc Signo Vinces!

Home > Martyrologium > Clemens Romanus - 23 november

Clemens Romanus - 23 november

Paus Clemens wordt een molensteen om de hals gedaan

Inleiding

We beschouwen hier één van de Apostolische Vaders, dat wil zeggen gezaghebbende theologische en kerkelijke schrijvers van de eerste en tweede generatie in de Kerk na de Apostelen. Zo kunnen we zien hoe de weg van de Kerk in de geschiedenis begint. De Apostolische Vaders zijn vaders omwille van het onderricht dat zij gaven en geven van het christelijk geloof, apostolisch omdat zij leerlingen waren van de Apostelen en tijdens of kort na hun leven schreven. Ze onderscheiden zich van de Apologeten van de tweede eeuw, in die zin dat de Apologeten zich richtten tot de buitenwereld, en de Apostolische Vaders zich tot de ‘huisgenoten des geloofs’ (Dr D. Franses OFM, De Apostolische Vaders, Paul Brand: Hilversum 1941, blz. 5).

Clemens Romanus

De heilige Clemens, die bisschop van Rome was in de laatste jaren van de eerste eeuw, is de derde opvolger van Petrus, na Linus en Anacletus. Wat zijn leven betreft, daarover is het belangrijkste getuigenis dat van de heilige Ireneüs, bisschop van Lyon tot 202. Hij getuigt dat Clemens “de apostelen had gezien”, “hen ontmoet had”, en “nog hun prediking in de oren hoorde klinken en hun overlevering nog voor ogen had” (Ireneüs van Lyon, Adversus haereses, 3,3,3). Latere getuigenissen, tussen de vierde en de zesde eeuw, geven aan Clemens de titel van martelaar. Franses meent echter dat dat ongeloofwaardig is (Franses, blz. 51). Clemens’ brief aan de Korintiërs is het enige werk dat met zekerheid aan hem wordt toegeschreven. Eusebius van Caesarea (c. 263- 339) noemt de brief in zijn Historia ecclesiastica: “Er is een brief van Clemens overgeleverd, waarvan de echtheid erkend is, en die groots en prachtig is. Hij werd door hem geschreven namens de Kerk van Rome aan de Kerk van Korinte... We weten dat hij sinds lang, en nog in onze dagen, openlijk voorgelezen wordt bij de samenkomst van de gelovigen” (Eusebius van Caesarea, Historia ecclesiastica, 3, 16). Aan deze brief werd een haast canoniek karakter toegekend.

Aan het begin van deze tekst - geschreven in het Grieks - betreurt Clemens dat “onvoorziene tegenslagen, die de een na de ander zijn voorgevallen, hem verhinderd hebben eerder in te grijpen” (Clemens I, Epistula ad Corinthios, 1, 1 [Franses, blz. 54]). Die “tegenslagen” zijn te identificeren als de vervolging onder Domitianus (51-96): daarom moet de datum waarop de brief is opgesteld teruggaan naar een tijd die onmiddellijk volgde op de dood van de keizer en het einde van de vervolging, dat wil zeggen kort na 96.

De brief aan de Korintiërs

Aanleiding deze brief te schrijven, vormt een diep conflict in de gemeenschap te Korinte: de presbyters van de gemeenschap waren immers door enkele jonge rivalen afgezet. Aan die pijnlijke aangelegenheid wordt nog een keer door de heilige Ireneüs herinnerd, die schrijft: “Onder Clemens stuurde de Kerk van Rome, toen er een niet geringe strijd onder de broeders van Korinte was opgekomen, een heel belangrijke brief om hen te verzoenen en tot de vrede te doen terugkeren, hun geloof te vernieuwen en de overlevering te verkondigen die nog maar kort geleden van de Apostelen had ontvangen” (Adversus haereses op.cit., 3, 3, 3). We zouden dus kunnen zeggen dat deze brief een eerste uitoefening vormt van het primaatschap van Rome na de dood van Sint Petrus. De brief van Clemens herneemt thema's die aan Sint Paulus dierbaar zijn, die twee grote brieven had geschreven aan de Korintiërs, met name de theologische en altijd actuele dialectiek tussen het indicatief van het heil en de imperatief van de morele inspanning (Vgl. Ad Corinthios, 47 [Franses, blz. 84]).

Vergeleken met het Paulinisch model, is het nieuwe van Clemens dat hij op het leerstellige gedeelte en het praktische gedeelte die constitutief waren voor alle brieven van Paulus, een “groot gebed” laat volgen dat feitelijk de afsluiting vormt van zijn brief.

De directe aanleiding van de brief geeft Clemens de mogelijkheid uitvoerig in te gaan op de identiteit van de Kerk en haar zending. Als er in Korinte misbruiken zijn geweest, merkt hij op, dan moet de reden daarvan gezocht worden in het verflauwen van de liefde en de andere onmisbare christelijke deugden. Daarom roept hij de gelovigen op terug te keren tot de nederigheid en de broederlijke liefde, twee deugden die echt constitutief zijn voor het in de Kerk zijn: “Wij zijn een heilig (volks)deel”, spoort hij aan, “laten wij dus alles doen wat de heiligheid vereist” (Ad Corinthios, op.cit., 30, 1 [Franses, blz. 73]).

In het bijzonder herinnert de Bisschop van Rome eraan dat de Heer zelf “heeft vastgesteld waar en door wie Hij wil dat de liturgische diensten worden verricht, opdat alles, heilig gedaan en met zijn welbehagen, ook aanvaard kan worden volgens zijn wil... Aan de hogepriester immers zijn liturgische taken toevertrouwd die hem eigen zijn, voor de priesters is de plaats geordend die hun eigen is, aan de levieten komen hun eigen diensten toe. En de man “uit het volk”, de “leek”, is gebonden aan de ordeningen voor de leken” (Ad Corinthios. 40, 1-5: opgemerkt zij dat hier, in deze brief van het einde van de eerste eeuw, voor de eerste keer in de christelijke literatuur de Griekse uitdrukking “laikós” verschijnt, wat wil zeggen “lid van het laos”, dat is “van het volk van God” [Franses, blz 79-80]).

Op deze manier, onder verwijzing naar de liturgie van het oude Israël, ontvouwt Clemens zijn beeld van de Kerk. Zij is bijeengebracht door “de ene Geest van genade die over ons is uitgestort”, die blaast in de verschillende ledematen van het Lichaam van Christus, waarin allen, verenigd zonder scheiding, “ledematen van elkaar” zijn (Ad Corinthios, 46, 6-7 [Franses, blz. 84]). De duidelijke onderscheiding tussen “laikos” (leek) en de hiërarchie betekent geenszins een tegenstelling, maar alleen deze organische verbinding van een lichaam, van een organisme, met zijn diverse functies. De Kerk is immers geen plaats van verwarring en anarchie, waar iemand op elk moment kan doen wat hij wil: binnen dit organisme met een gelede structuur oefent eenieder zijn bediening uit volgens de roeping die hij heeft ontvangen.

Wat de leiders van de gemeenschap betreft, legt Clemens duidelijk de leer uit van de apostolische successie. De normen die haar regelen komen in laatste instantie van God zelf. De Vader heeft Jezus Christus gezonden, die op zijn beurt de Apostelen gezonden heeft. Deze hebben de eerste leiders van de gemeenschappen gezonden, en hebben vastgelegd dat zij zouden worden opgevolgd door andere mannen die dat waardig zijn. Alles vloeit dus “op een geordende wijze” voort “uit de wil van God” (Ad Corinthios, 42 [Franses, blz. 80]

Met deze woorden, met deze zinnen onderstreept de heilige Clemens dat de Kerk een sacramentele structuur heeft en geen politieke structuur. Het handelen van God die ons in de liturgie tegemoet komt, gaat vooraf aan onze keuzes en onze ideeën. De Kerk is vooral gave van God en niet onze schepping, en daarom garandeert deze sacramentele structuur niet alleen de gemeenschappelijke ordening, maar ook dit voorafgaan van de gave van God, die wij allemaal nodig hebben.

Het “grote gebed” tenslotte verleent aan de voorafgaande argumentaties een kosmisch accent. Clemens looft en dankt God om zijn wonderlijke en liefdevolle voorzienigheid, die de wereld heeft geschapen en doorgaat met haar te redden en te heiligen. Wat bijzonder opvalt, is de bede voor de regeerders. Na de teksten van het Nieuwe Testament vormt dat het oudste gebed voor de politieke instellingen. Daags na de vervolgingen en in de wetenschap dat de vervolgingen weer zouden doorgaan, houden de christenen niet op te bidden voor diezelfde overheden die hen ten onrechte hadden veroordeeld. Het motief daartoe is vooral van christologische orde: het is nodig te bidden voor de vervolgers, zoals Jezus deed aan het Kruis.

WV

Bibliografie

  • Benedictus XVI, Algemene audiëntie, 7 maart 2007;
  • Congregatie voor de katholieke vorming, Instructie over de studie van de Kerkvaders in de priesterlijke vorming, Rome 1989;
  • D. Ramos-Lisson, Patrología, Eunsa: Pamplona 2005, 35-40 (§ Introducción); 67-71 (§ San Clemente Romano);
  • Dr. D. Franses OFM, De Apostolische Vaders, Paul Brand: Hilversum 1941, 5-6 (§ Algemene inleiding); 51-95 (§ De brief van Clemens aan de Corinthiërs);
  • J. Quasten, Patrología, vol. I, BAC: Madrid 1961, 11-15 (§ Los “Padres de la Iglesia”); 51-71 (§ Clemente de Roma) (or.: Patrology, vol. I-III, Utrecht-Westminster (Maryland), 1950-1960).

 

Chronologie

 
top
Laatste update: