Mailformulier   Sitemap  

Menu

In Hoc Signo Vinces!

Home > Martyrologium > Felicitas en Perpetua - 7 maart

Felicitas en Perpetua - 7 maart

"Daar op het schavot zal gebeuren wat God wil; je moet weten dat we niet aan eigen kracht zijn uitgeleverd maar aan die van God."

Martelaren in Carthago, in het jaar 203

De heilige martelaren Felicitas en Perpetua zijn zeer bekende personen uit de eerste eeuwen van de christelijke geschiedenis. Hun martelaarsakten zijn wijd versprijd al in hun eigen tijd.

Zij stierven te Carthago op 7 maart 203, tezamen met Revocatus, Saturninus en Secundus. De details over het martelaarschap van deze heilige van de Noord-Afrikaanse kerk zijn tot ons gekomen dankzij een originele en autentieke beschrijving. Deze getuigt van de glorievolle strijd van deze martelaren uit de oudste tijden. Door een decreet van Septimus Severus (193-211) was het alle ingezetenen van het keizerrijk verboden zich te bekeren tot het Christendom. 

Martelaarschap van Perpetua en Felicitas

Als gevolg van dit decreet werden vijf catechumen van Carthago gevangen genomen en gevangen gezet. Het waren Vibia Perpetua, een jonge vrouw van 22 jaar, gehuwd en van adelijke komaf; haar slavin Felicitas die zwanger was; haar jonge man, eveneens slaaf, Revocatus, Saturninus en Secundus. Kort daarop bekende Saturus, die hen had laten kennis maken met het geloof, ook christen te zijn en ook hij werd gevangen gezet. De vader van Perpetua was heiden; haar moeder echter en twee van haar broers waren christenen, een van hen nog catechumen. Een derde broertje, Dinocrates, was als heiden gestorven. 

Het aandringen van de vader van Perpetua

Na hun arrestatie en voor hun gevangenschap werden de vijf catechumen gedoopt. Het lijden in de gevangenis, de pogingen van de vader van Perpetua om haar het geloof te laten afzweren, de wederwaardigheden met de martelaren voor hun executie, de visioenen van Saturus en van Perpetua in het gevang, werden uitvoerig opgeschreven door de laatste twee. Kort na de dood van de martelaren voegde een christen aan dit document het verslag van hun terechtstelling toe.

De duisternis van de gevangenis en de gruwelijke vervolging bezorgden Perpetua grote angst en zij voelde zich zeer bezorgd om het kleine kind dat zij had achtergelaten. Twee diakens waren in staat om bij de gevangenen te komen en in zeker zin hun lijden te verlichten. Ook bezochten de moeder van Perpetua en haar broer de gevangenen. Haar moeder nam het kind van Perpetua mee, zij had de toestemming gekregen om het te voeden en bij zich te houden in de gevangenis.

Enkele dagen later bezocht de vader van Perpetua haar opnieuw, nadat er een gerucht was verspreid dat het proces tegen hen spoedig zou beginnen. Hij smeekte haar geen blaam over zijn naam te brengen, maar Perpetua bewaarde haar geloof.

De volgende dag begin het proces tegen de zes gevangenen voor procurator Hilarianus.

Plaats van het martelaarschap van Perpetua en Felicitas, Tunesië

De zes beleden resoluut hun christelijk geloof. De vader van Perpetua, met haar kind in de armen, probeerde opnieuw haar tot apostasie aan te zetten. Ook de procurator probeerde dat, het was allemaal vergeefs. Zij weigerde het offer te brengen aan de goden tot bescherming van de keizer. De procurator liet de vader met geweld verwijderen en geselen.

De christenen werden veroordeeld om door de wilde dieren te worden verscheurd tijdens het festival bij gelegenheid van de verjaardag van de keizer, en zij dankten God ervoor. Zij werden overgebracht naar de gevangenis van het legerkamp. De gevangenbewaarder Pudens had geleerd de belijders te respecteren, en stond toe dat andere christenen hen bezochten. Ook de vader van Perpetua kreeg toestemming om haar te bezoeken, en hij probeerde opnieuw haar te overtuigen, opnieuw een onvruchtbare poging.

Felicitas in verwachting

Secundus, een van de belijders, stierf in het gevang. Felicitas die op het moment van haar gevangenneming acht maanden zwanger was, dacht dat zij niet met de andere gevangenen het martelaarschap zou ondergaan. De wet verbood immers dat zwangere vrouwen zouden worden geëxecuteerd. Twee dagen voor het festival schonk zij het licht aan een dochter, die door een christenvrouw werd geadopteerd. Op 7 maart werden de vijf gevangenen naar het amphitheater geleid.

Omdat de meute daarom vroeg, werden zij eerst gegeseld. Vervolgens werden een wild zwijn, een beer en een luipaard vóór de mannen geplaatst, en een wilde koe voor de vrouwen. Verwond door de wilde dieren gaven zij elkaar nog een vredeskus en vervolgens werden zij door het zwaard omgebracht.

Hun lichamen werden in Carthago begraven en de dag van hun sterven werd plechtig gevierd, zelfs buiten Afrika. Zo kwamen de namen van Perpetua en Felicitas op de Filocaliaanse kalender (zo heet de kalender van de martelaren die in de vierde eeuw openlijk werden herdacht in Rome). Later werd er een prachtige basiliek boven hun graven gebouwd. Dat werd bevestigd door de opgravingen van P. Delattre die een oude inscriptie ontdekte met de namen van de martelaren.

Het feest van deze heiligen wordt gevierd op 7 maart en hun namen zijn aan de Romeinse Canon toegevoegd. De beschrijving van hun martelaarschap in het Latijn werd ontdekt door Holstenius (Lukas Holste) en gepubliceerd door Possinus (Pierre Poussines). De hoofdstukken 3 t/m 10 verhalen van Perpetua, de hoofdstukken 11 t/m 13 over Saturus, de hoofdstukken 1, 2 en 14 t/m 21 zijn geschreven door een ooggetuige kort na de dood van de martelaren.

Chronologie

 
top
Laatste update: