Mailformulier   Sitemap  

Menu

In Hoc Signo Vinces!

Home > Martyrologium > Johannes Chrysostomus - 13 september

Johannes Chrysostomus - 13 september

Uit een homilie, toegeschreven aan de heilige Johannes Chrysostomus, bisschop van Constantinopel († 407), over het gebed

Het gebed is het licht van de ziel.

Het hoogste goed is het gebed als een gesprek met God. Het is een samenzijn en één worden met God. De ogen van ons lichaam lichten op bij het zien van licht. Zo wordt ook onze ziel, als zij zich richt op God, door zijn onuitsprekelijk licht omstraald en verlicht. Een gebed ontstaat niet door een uiterlijke houding, maar komt uit het hart. Het wordt niet door tijden en uren omsloten, maar is dag en nacht zonder ophouden actief.

Wij moeten niet alleen wanneer wij ons in gebed begeven, ons verstand vlug op God richten. Ook als wij met bepaalde verplichtingen bezig zijn, zoals de zorg voor armen of andere nuttige beslommeringen voor een goed doel, moeten wij daarmee ons verlangen naar God en de gedachte aan Hem verbinden. Die worden dan als het ware met de liefde van God gekruid en vormen zo een aangename spijs voor de Heer van het al. Daaruit kunnen wij ons hele leven lang een overvloedig voordeel behalen, als wij een goed deel van onze tijd eraan besteden.

Het gebed is het licht van onze ziel, de ware kennis van God en de middelaar tussen God en mens. Door het gebed verheft de ziel zich omhoog tot in de hemel en omhelst zij de Heer in een onzegbare overgave. Zoals een kind onder tranen zijn eigen moeder zoekt, verlangt zij naar de geestelijke melk. Zij brengt haar eigen verlangens naar voren en ontvangt gaven die groter zijn dan de hele zichtbare schepping.

Een gebed werkt als een eerbiedwaardige tussenpersoon: het schenkt vreugde aan het hart en rust aan de ziel. Maar als ik over een gebed spreek, denk ik niet aan woorden. Het is een verlangen naar God, een onuitsprekelijke liefde, die niet van mensen komt maar uit de goddelijke genade. Zoals de Apostel zegt: ‘ Wij weten niet eens hoe wij behoren te bidden, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen’ (Rom. 8, 26).

Wanneer de Heer iemand zo’n gebed schenkt, is dat een onvervreemdbare rijkdom en een hemels voedsel dat de ziel verzadigt. Wie daarvan geproefd heeft, bezit een eindeloos verlangen naar de Heer, dat als een onstuimig vuur zijn hart verteert.

Chronologie

 
top
Laatste update: